Voorpublicatie: ‘Hij zit recht voor me’

Leuk dat je dit leest, en lees vooral ook door! Maar eerst dit: er is jammer genoeg iets misgegaan met de link in mijn nieuwsbrief. Wil je mijn laatste blog lezen? Klik dan hier.

Hij zit recht voor me. Ik zie hem praten. Zijn lippen bewegen, zijn hoofd gaat op en neer en zijn handen gebaren druk mee. Ik hoor zijn zware stemgeluid. Ik knik mee met zijn hoofdbeweging. Wat zegt hij? Langzaam vormen zijn woorden zinnen. “…kan niet meer alleen wonen.” Ik schud even zacht mijn hoofd en frons. De man zwijgt, ziet mijn blik en begint opnieuw met praten: “Uw moeder heeft, zoals we al dachten, Alzheimer. We zijn rijkelijk laat met deze constatering.”

Zo begint mijn boek. Dit is de eerste alinea. Wie mij (en mijn familie) kent, weet dat deze tekst duidelijk maakt dat mijn boek fictie is. Mijn moeder heeft geen Alzheimer, gelukkig. Ik heb het verhaal verzonnen. Mijn inspiratie komt uit de verhalen van mijn moeder en mijn tantes. Alle historische feiten en  beschrijvingen in het boek zijn overigens wel correct.

Tine en moeder

Mijn boek kent twee belangrijke hoofdpersonen. Tine en moeder. Beide perspectieven worden beschreven. Zo lezen we de steeds warrigere gedachten van moeder die terugvalt op haar herinneringen van haar verleden. En we lezen hoe Tine zich ontwikkelt in de zorg om haar moeder. Onderstaand stukje is geschreven vanuit moeder:

Ik slaap niet. Ik lig wel in bed. Daarom sta ik op. Godzijdank heb ik de televisie. Ik heb ook boeken maar daar weet ik geen raad meer mee. Dat is de straf van meneer Alzheimer. Ik begrijp het gewoon niet, de letters, de zinnen. Ze vormen geen verhaal. Maar thuis is het nog altijd veilig. Vooral met de televisie aan. Pratende mensen. Het maakt niet uit wat ze zeggen. Het is afleiding. In de stoel dut ik weg. Soms zou ik weer een schommelstoel willen hebben. Net als vroeger. Ik doe hazenslaapjes en dut soms even in, ik doe het ermee. De dag ervoor is wazig. De diagnose is helder nu het nacht is.

Heeswijk

Het volgende stukje is vanuit Tine geschreven:

Als ik voor de zoveelste keer het bruggetje over de rivier de Aa passeer, zie ik in de verte al de toren van de Sint Willibrorduskerk, waar ik enkele ogenblikken later met mijn auto recht op af rijd. Even twijfel ik of ik de kerk binnen moet gaan. Maar ik sla voor de kerk rechtsaf en bijna meteen weer links de Abdijstraat in. ‘Waar woonde mijn moeder precies?’, vraag ik mij af. Ik weet het niet en kijk ineens anders naar de woningen die in deze straat staan. Ik bedenk mij dat het niet hier kan zijn geweest. De huizen zijn te groot. Mijn moeders huis was klein, want ze sliepen met velen op één kamer. Ook was het de hoek van een rij. Ik weet niet hóe ik het weet, maar dat weet ik echt zeker. Ik nader de kruising waar ik linksaf moet en zie dan dat verderop links de Lariestraat is. Het was dichtbij de Lariestraat, dat weet ik ook.

Meer lezen? Blijf op de hoogte via de nieuwsbrief!